Waarom vindt men 20–35% rendement op jaarbasis te laag?

Wie lang in kwantitatieve handel zit, krijgt af en toe de vraag:

"Hoeveel levert jullie strategie per jaar op?"

Na het antwoord "Lange termijn gemiddeld 20–35% per jaar," is de reactie soms:

"Is dat niet wat laag?"

Het punt is niet of 20–35% hoog of laag is, maar—

Waar vergelijkt u het mee?

Als de maatstaaf "verdubbelen in een jaar", "20% per maand" of "100% per jaar" is, oogt 20–35% inderdaad bescheiden.

Maar bij het beoordelen van een beleggingsstrategie gaat het om meer dan "hoeveel verdien ik?":

"Hoeveel risico neem ik voor dit rendement?"


Max Drawdown (MDD): Eerlijker dan rendement alleen

De ene strategie haalt 100% rendement per jaar bij 40% max drawdown;

de andere haalt 25% per jaar,

maar beperkt de max drawdown tot 12–15%. Welke is beter?

Er is geen eenduidig antwoord.

De kernvraag is: Kunt u dit risico dragen?

Als u $100.000 inlegt en uw account daalt naar $60.000, durft u dan te blijven zitten?

Zo niet, dan worden mooie cijfers op papier in de praktijk nooit uw winst.

Dat maakt Maximum Drawdown (MDD) essentieel.

MDD meet de maximale daling van de netto-assetwaarde van piek naar dal in een specifieke periode.

Als een account stijgt van $100k naar $120k en zakt naar $90k, is de max drawdown:

(120 - 90) ÷ 120 = 25%

Rendement op jaarbasis laat zien waar u eindigt, maar verbergt de tussenliggende schommelingen.

Twee strategieën met 30% rendement per jaar: de ene stijgt geleidelijk, de andere maakte eerst een val van 40% voor een nieuw record.

—Voor beleggers is die ervaring dag en nacht verschil.


Hoe dieper de drawdown, hoe moeilijker het herstel

Veel mensen denken intuïtief: "50% verlies herstel je met 50% winst," maar de wiskunde werkt anders.

Stel dat u begint met $100.000:
Verlies % Resterend
Nodig herstel Herstelgraad
-10% $90.000 +11% Eenvoudig
-20% $80.000 +25% Acceptabel
-30% $70.000 +43% Lastig
-50% $50.000 +100% Zwaar
-70% $30.000 +233% Zeer zwaar
-90% $10.000 +900% Totaal verlies
Drawdown is geen "tijdelijk minder winst"—het verandert de wiskundige drempel voor herstel fundamenteel.

Beoordeel een strategie daarom niet alleen op het uiteindelijke resultaat;

kijk ook hoeveel schommelingen nodig waren voor dat rendement.


Hoog rendement is zelden gratis

Wie hoger rendement zoekt, moet meestal meer volatiliteit of risico accepteren.

Bij een strategie met 20–35% rendement per jaar

verhoogt meer hefboom of een grotere positie het rendement weliswaar,

maar nemen de volatiliteit en max drawdown evenredig toe.

De echte vergelijking is dus niet:

"Welke strategie levert het meeste op?"

maar:

"Welk risiconiveau hoort bij dit rendement?"

Hoger rendement betekent niet automatisch een efficiëntere belegging—

soms neemt u simpelweg meer risico.


Pas op voor de wanverhouding tussen risico en rendement

Als 20–35% te laag lijkt,

verschuift de vraag snel naar "Kan 50% ook?" en vervolgens "Wat dacht je van 100%?"

Hoger rendement nastreven is niet verkeerd, maar met stijgende verwachtingen

accepteert men soms hefbomen, producten of methoden die men niet begrijpt.

Hoge rendementen zijn op zich geen oplichting. Waar u echt alert op moet zijn:

Hoog rendement + Laag risico + Minimale drawdown + Gegarandeerde winst

Als iemand dit allemaal belooft, vraag u dan niet af "Kan dit echt?", maar:

"Welk verborgen risico betaalt dit rendement?"

Een gezonde strategie legt de bronnen van rendement, risico's en het ergste scenario duidelijk uit.


Welke maatstaven zijn nog meer nuttig?

Naast rendement op jaarbasis bieden andere maatstaven dieper inzicht:

De Sharpe Ratio meet risico-gecorrigeerd rendement,

de Sortino Ratio richt zich op neerwaarts risico,

en de Calmar Ratio zet rendement af tegen max drawdown.

Deze indicatoren verhelderen de strategie vanuit verschillende hoeken,

maar draaien allemaal om dezelfde vraag:

Welk risico staat tegenover dit rendement?

De Calmar Ratio deelt bijvoorbeeld het rendement op jaarbasis door de max drawdown;

hoe hoger de score, hoe meer rendement per eenheid drawdownrisico.

Begrippen als volatiliteit, Sharpe en Sortino lichten we in volgende artikelen toe.

Voor nu geldt:

Wie MDD begrijpt, loopt al ver voor op beleggers die enkel naar rendement kijken.


De ultieme vraag: Blijft u zitten?

Vraag uzelf bij het zien van prestaties niet alleen af "Kan het meer opleveren?", maar:

"Als een soortgelijke drawdown opnieuw optreedt, blijf ik dan zitten?"

De ene strategie heeft een historische MDD van 15%, de andere 40%.

Ook al levert de tweede op lange termijn meer op, dat maakt hem niet automatisch geschikter.

Strategieën bestaan niet alleen in rapporten—

u moet de rit daadwerkelijk uitzitten om het rendement te behalen.

Wie bij 20% daling twijfelt, met verlies verkoopt of op het dieptepunt uitstapt,

heeft weinig aan historische cijfers.

Een strategie overleeft de drawdown wel, maar de belegger niet altijd.

Er is geen universele grens voor een acceptabele MDD;

dit hangt af van het doel van uw kapitaal, uw beleggingshorizon, risicotolerantie en mentale bestandheid tegen schommelingen.


De echte waarde van kwantitatieve handel

De waarde van kwantitatieve handel is niet het maximaliseren van rendement ten koste van alles, maar:

het opzetten van toetsbare regels tussen risico en rendement via een systematische aanpak.

Geautomatiseerde uitvoering, positiemanagement en risicobeheersing

verminderen de invloed van menselijke emoties op beslissingen.

Dit betekent niet dat kwantitatieve handel risicovrij is—

veranderende marktomstandigheden, strategie-erosie en liquiditeitsrisico blijven bestaan.

Quant staat niet synoniem voor laag risico of gegarandeerde winst.

De werkelijke waarde ligt in:

het helder inzichtelijk maken van de regels en risico's die u accepteert voor potentieel rendement.


Is 20–35% dan echt te laag?

Los van risico bestaat er geen eenduidig antwoord.

Een strategie met 30% rendement en een onacceptabele drawdown

is vaak slechter voor u dan een 20%-strategie met beheersbaar risico.

Andersom geldt dat een strategie met 20% rendement op jaarbasis—

mits het risico helder is, de drawdown acceptabel en de uitvoering op lange termijn vol te houden—

absoluut geen "laag rendement" hoeft te zijn.

Vergelijk daarom nooit alleen het rendement, maar het totale "Rendement × Risico"-profiel.

Vraag uzelf bij een volgende strategie het volgende af:

  1. Wat is het rendement op lange termijn op jaarbasis?
  2. Wat is de maximale drawdown?
  3. Hoe lang duurt een drawdown gemiddeld?
  4. Zijn risico en rendement in balans?
  5. Zijn de historische resultaten consistent?
  6. Als de max drawdown zich herhaalt, blijf ik dan zitten?

Echte winst staat niet op een papieren rapport,

maar is wat u overhoudt na het doorstaan van schommelingen zonder in paniek te verkopen.

Beleggen is geen race wie het snelst rijk wordt.

Het echte doel is een solide rendement op lange termijn binnen uw eigen risicotolerantie.

Selecteer uw strategie-allocatie

Voor beleggers die positief zijn over goud, hogere volatiliteit accepteren en naar sterke groei streven.
Voor beleggers die kiezen voor stabiele vermogensgroei, gecontroleerde volatiliteit en gestage rendementen.
Voor beleggers die een brede activaspreiding zoeken door alle marktcycli, met balans tussen risico en groei.